Vervanging
Wet DBA

Vervanging
Wet DBA

Wie betaalt die bepaalt?

De laatste jaren is er veel te doen geweest over de Wet DBA. Zowel zzp-ers als opdrachtgevers hebben veelal hun ongenoegen geuit over de nieuwe wet die een einde maakte aan de VAR-verklaring. Modelovereenkomsten was het nieuwe sleutelwoord. De kritiek is ook de politiek niet onopgemerkt gebleven. De handhaving van de Wet DBA was uitgesteld en men hoorde steeds meer geluiden opkomen, dat er gekeken moest worden naar een beter alternatief.

Het regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' heeft een nieuwe regeling voor ogen. Hieronder volgen de hoofdlijnen van het alternatief voor de Wet DBA.

Minder dan 125% van het minimumloon

Indien er een tarief overeengekomen wordt dat lager is dan 125% van het minimumloon én er is een overeenkomst aangegaan voor meer dan drie maanden, dan zal er voor een zzp-er altijd sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Hetzelfde geldt indien dit laag tarief overeengekomen wordt en de werkzaamheden bestaan uit het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Dit zijn activiteiten die tot de normale bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever behoren.

Dit betekent dat de hoogte van het overeen te komen tarief een belangrijke rol speelt bij de vraag of er sprake is van een arbeidsverhouding of zelfstandigheid.

Meer dan EUR 75 per uur

Indien de zelfstandig ondernemer een hoog uurtarief in rekening brengt van meer dan EUR 75 per uur, dan komt er een zogenaamde ‘opt out’ voor de loonbelasting en werknemersverzekeringen. Voorwaarde is dat de overeenkomst korter dan een jaar duurt, ófwel dat de activiteiten die verricht worden níet tot de reguliere bedrijfsactiviteiten behoren.

Opdrachtgeversverklaring

De zelfstandige die een uurtarief hanteert boven 125% van het minimumloon, krijgt te maken met de zogenaamde ‘opdrachtgeversverklaring’. Hiermee krijgt de opdrachtgever vooraf zekerheid of er sprake is van een arbeidsrelatie, en dus of er wel of loonbelasting en premies werknemersverzekeringen ingehouden dienen te worden. Om de verklaring te verkrijgen dient men gebruik te maken van een webmodule.

De bedoeling is dat bij de bepaling of er een gezagsverhouding is, de nadruk gelegd zal worden op het materiële gezagscriterium. Hierbij moet men voornamelijk denken aan het geven van directe aanwijzingen. Dit in tegenstelling tot het formele gezagscriterium, waarbij meer gekeken wordt naar de inbedding in de arbeidsorganisatie. Hoe zelfstandiger de werkzaamheden uitgevoerd worden, hoe minder aanwijzingsbevoegdheid er meestal is. Hierbij is het materiële criterium minder bruikbaar.

Handhaving

Ook zoals bij de (huidige) Wet DBA het geval is, krijgen de ondernemers de kans aan de regeling ‘te wennen’. De bedoeling is dat er een overgangsperiode van één jaar in acht zal worden genomen. Tijdens deze periode zal terughoudend gehandhaafd worden.

Conclusie

Wil men aangemerkt worden als zelfstandig ondernemer, dan zal men er goed aan doen een uurtarief te hanteren van meer dan 125% van het minimumloon. Ook zal men rekening moeten houden met de duur van de opdracht en de normale bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever. Om zekerheid vooraf te krijgen over de aard van de overeenkomst, dient er een webmodule ingevuld te worden. Hierdoor verkrijgt men een zogenaamde opdrachtgeversverklaring.

De nadruk komt te liggen op het materiële gezagscriterium. Hiermee verdwijnt het formele gezagscriterium naar de achtergrond. De vraag is of dit een juiste keuze is. Het materiële gezagscriterium is namelijk niet goed bruikbaar bij werkzaamheden met en hoog zelfstandigheidsniveau.

Kan men nu zeggen dat voortaan geldt: 'Wie betaalt, die bepaalt'? Ja en nee. Het tarief speelt een belangrijke factor bij de vraag of er sprake is van een echte zzp-er, maar er gelden nog aanvullende criteria. Ook al is het de opdrachtgever die betaalt, het is nog altijd de zzp-er zélf die zijn tarief bepaalt... toch?

Comments are closed.